Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Toenemende watertekorten

Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening

Geleidelijke aanpassingen peilen en peilvakken
Het watersysteem in het veenweidegebied is complex en afgestemd op het huidige landgebruik. Om aan de wensen van het landgebruik tegemoet te komen is het watersysteem en het beheer steeds complexer geworden. Het waterbeheer gaat meestal uit van vaste peilen. Voor een goede vochtvoorziening van de vegetatie en om bodemdaling te beperken zijn de zomerpeilen in de sloten hoger dan de winterpeilen. In vrijwel alle veenweidepolders wordt in het zomerhalfjaar water uit de boezem ingelaten. De hoogte van het slootpeil wordt bepaald door het landgebruik en door aanpassingen van individuele grondeigenaren. Gedurende de afgelopen decennia is bij ruilverkavelingen en landinrichting het aantal peilvakken spectaculair toegenomen (Verkenningen veenweide 2050; Ws Fryslan, 2011). Hierdoor is het waterbeheer in veenweidegebieden veel complexer en ook duurder geworden. Gemiddeld na 10 – 15 jaar worden de slootpeilen en soms ook de peilvakverdeling opnieuw aangepast aan de daling van het maaiveld.

Robuuster watersysteem
Klimaatverandering vergroot de druk op het watersysteem. De aan- en afvoerbehoefte van water om het peil te handhaven zal bij grotere neerslagextremen door klimaatverandering sterk toenemen. De melkveehouderij is met name gevoelig voor natschade en droogteschade als gevolg van een grotere kans op weersextremen (piekbuien en langduriger droge perioden). Indien op de percelen zich vaker plas-dras situaties voordoen, zullen de koeien ook vaker uit de wei moeten worden gehaald om vertrapping van het gras te voorkomen. Voor een klimaatbestendige zoetwatervoorziening zijn maatregelen nodig om het gebiedseigen water langer vast te houden en beter te benutten binnen een polder. Bij een robuuster ingericht watersysteem zal de impact van klimaatverandering beperkt blijven, omdat meer berging mogelijk wordt door een flexibel slootpeil en het beschikbaar stellen van laag gelegen delen van percelen waar tijdelijk water kan worden geborgen. Dergelijke aanpassingen om het watersysteem robuuster te maken en de bodemdaling te beperken stellen wel eisen aan de landbouw, die zich meer zal moeten aanpassen aan een variabele drooglegging. De kwetsbaarheid van de landbouw wordt daarnaast veroorzaakt doordat de landbouw verantwoordelijk is voor de bodemdaling. Peilverhoging om de bodemdaling te beperken kan grote gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, hoewel dit bleek mee te vallen in een experiment met hogere zomerpeilen in Friesland.

Nieuwe ontwikkeling: onderwater-drainage
Onderwaterdrains kunnen de bodemdaling en broeikasgasemissies van landbouwgronden flink beperken. Deze drainagebuizen worden onder het slootwaterpeil aangelegd en hebben zowel een drainerende als infiltrerende functie. De landbouw kan flink profiteren van onderwaterdrains, door draagkrachtiger bodems met hogere opbrengsten in het voorjaar, terwijl de bodemdaling afneemt. Wel neemt bij gebruik van onderwaterdrains de behoefte aan inlaatwater toe. Lees ook meer hierover in publicatie Watervraag in het Groene Hart.

Risico op verzilting beperkt
De risico’s van meer verzilting door klimaatverandering zijn in de veenweidegebieden minder groot dan in andere delen van laag Nederland. Toename van brakke kwel door de stijgende zeespiegel wordt hier nauwelijks verwacht, deze zal vooral in droogmakerijen nabij de kust optreden. Wel zal door de lager wordende zomerafvoeren van de rivieren en de stijgende zeespiegel vaker water met een hoger chloridegehalte moeten worden ingelaten voor peilhandhaving. Omdat gras weinig zoutgevoelig is levert dit weinig problemen op voor de veenweidelandbouw. Alleen waar lokaal sprake is van zoutgevoelige teelten, zoals boomteelt (bij Boskoop) of bollenteelt, zal toenemende verzilting schade opleveren.