Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Verslechterde waterkwaliteit

Effecten van klimaatverandering op waterkwaliteit

In een Kennis voor Klimaatproject is studie gedaan naar de effecten van klimaatverandering op waterkwaliteit (Kosten et al., 2011: Klimaat & waterkwaliteit, Klimaatinvloed op waterkwaliteit en het voorkomen van cyanobacteriële toxines. Kennis voor Klimaat, 112 pp.). Kort samenvattend waren de bevindingen van deze studie als volgt:

Neerslag en temperatuur
De laatste decennia is er in Nederland en wereldwijd veel geïnvesteerd in verbetering van de kwaliteit van oppervlaktewater. Hierbij wordt weinig rekening gehouden met klimaatverandering, terwijl klimaatverandering juist grote gevolgen kan hebben voor aquatische ecosystemen. Van de vele facetten van klimaatverandering hebben vooral veranderingen in neerslag en temperatuur een sterke invloed op zoete aquatische systemen.

Klimaatverandering versterkt eutrofiëring
Zowel de fysische als de chemische en biologische toestand van oppervlaktewateren wordt door klimaatverandering beïnvloed. Doordat verschillende klimaatfactoren verschillende effecten hebben, is de invloed van klimaatverandering op aquatische ecosystemen niet altijd eenduidig. Wat echter wel duidelijk is, is dat klimaatverandering eutrofiëring versterkt. Om deze negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan zijn extra reducties in nutriëntenbelasting nodig. Ook is duidelijk dat hogere temperaturen leiden tot meer cyanobacteriën (ook wel blauwalgen genoemd), met name in eutrofe wateren. Cyanobacteriën kunnen toxische stoffen produceren.

Hogere concentraties cyanotoxines
De resultaten van onze studie bevestigen de aanwezigheid van een groot aantal eerder aangetroffen cyanobacteriële toxines in Nederlandse oppervlaktewateren. Dergelijke stoffen blijken ook aanwezig in infiltratieplassen die ingezet worden voor de drinkwaterproductie. Vooralsnog is het niet waarschijnlijk dat cyanotoxines in het drinkwater terecht komen. Wel blijkt dat met name verhoogde luchttemperatuur tot gevolg kan hebben dat dichtheden van cyanobacteriën in spaarbekkens en infiltratieplassen toenemen.

Een andere belangrijke publicatie over dit onderwerp is uitgebracht door Stowa (Kosten 2011: Een frisse blik op warmer water). Hieronder enkele citaten uit de samenvatting van dit rapport.

Effecten van adaptatiemaatregelen op het land
Klimaatverandering beïnvloedt de watersystemen niet alleen direct door een toename in temperatuur en een verandering in neerslagpatroon, maar ook indirect door de mens die zich aanpast aan het veranderende klimaat. Zo kan klimaatverandering leiden tot een andere gewaskeuze of een ander moment van bemesten. Dit heeft invloed op de nutriëntenafstroming naar het oppervlaktewater. Deze indirecte gevolgen van klimaatverandering kunnen zelfs groter zijn dan de directe gevolgen. De invloed van klimaatverandering is het duidelijkst waarneembaar en voorspelbaar voor de fysische toestand van zoete wateren: minder ijsbedekking, stijging van de watertemperatuur en een sterkere en langere temperatuurstratificatie. Ook de invloed op de biogeochemie van het water (aanwezigheid van, en interactie tussen de elementen zuurstof, fosfor, stikstof, zwavel, koolstof en chloride) is duidelijk aanwezig (zie Tabel 1).

Biologische effecten: versterking eutrofiëring
De biologische effecten zijn het lastigst te voorspellen door de complexe interacties binnen aquatische ecosystemen. Zoals hierboven al aangegeven, staat vast dat klimaatverandering de eutrofiëring van oppervlaktewateren versterkt. De symptomen van eutrofiëring variëren. Er kan sprake zijn van een toename van algen, van - soms toxische - drijflagen van cyanobacteriën (‘blauwalgen’) of drijvende planten, maar ook van verlies van ondergedoken waterplanten, zuurstofloosheid en veranderingen in de visgemeenschap. Het tegengaan van de negatieve effecten van klimaatverandering op de aquatische ecologie zal primair moeten bestaan uit het verder terugdringen van de nutriëntenbelasting.

Interne eutrofiëring
Het is bekend dat veenplassen die lange tijd onderhevig zijn geweest zijn aan eutrofiëring zelfs na verbetering van de kwaliteit van het toestromend water nog kwetsbaar kunnen blijven vanwege interne eutrofiëring vanuit de bodem (artikel). Ook hierbij moet worden verwacht dat klimaatverandering deze nalevering van nutriënten, vooral fosfaat, zal verergeren.

Effecten van verbrakking
Een studie in het beheersgebied van het waterschap Schieland en Krimpenerwaard heeft een evaluatie gemaakt van mogelijke verbrakking van oppervlaktewater in de boezem en de effecten op aquatische natuur (rapport en poster). Uit de studie blijkt dat het oppervlaktewater waarmee de boezem wordt aangevuld bij het scenario W+ aanmerkelijk brakker zou kunnen worden. De gevolgen voor de aquatische flora en fauna lijken beperkt, omdat deze situatie zich waarschijnlijk slechts kortdurend zal voordoen.

In de tabel hieronder staan de belangrijkste effecten van klimaatverandering voor de ecologie van aquatische ecosystemen kort aangeduid. Voor een verdere verklaring en discussie raadplege men de bron (pag. 97-98): Kosten (2011) Een frisse blik op warmer water. Stowa (135 pp).

Samenvatting van de klimaatinvloed op aquatische biota

Fytoplankton

  • Klimaatverandering kan leiden tot een langer groeiseizoen met hierdoor in het voor- en najaar een hogere fytoplanktonbiomassa
  • Bij gelijkblijvende nutriëntenbelasting leiden hogere temperaturen niet eenduidig tot een toename in fytoplankton zomerbiomassa
  • Bij hogere temperaturen en hogere nutriëntenbelastingen neemt het aandeel aan cyanobacteriën in het totale fytoplanktonbiovolume vaak toe

Zoöplankton

  • Klimaatverandering kan leiden tot een afname in de afmeting van zoöplanktontaxa en in de totale biomassa, waardoor de graasdruk op fytoplankton afneemt
  • Er zijn aanwijzingen voor een vervroeging van de helderwaterfase (maar veranderingen in nutriëntenvrachten interfereren met dit klimaateffect)

Macrofauna

  • Klimaatverandering leidt tot een verandering van soortensamenstelling in de richting van soorten die relatief ongevoelig zijn voor zuurstofarme condities
  • Piekafvoeren in stromende wateren kunnen leiden tot uitspoeling van macrofauna

Waterplanten

  • Zachtere winters (met minder ijs) veranderen de soortensamenstelling. In kleine wateren is er een grotere kans op dominantie door drijvende planten
  • Klimaatverandering kan leiden tot een kleinere kans op hoge bedekkingen met ondergedoken waterplanten
  • De karakteristieke waterplanten uit zachte wateren worden bedreigd door een stijging van CO2-concentraties

Vis

  • Klimaatverandering kan leiden tot een soortenverschuiving waarbij koud stenotherme
  • soorten verdwijnen en de dichtheden aan benthische vis toenemen
  • Hogere temperaturen leiden tot een langere paaitijd. Hierdoor zijn er langere tijd kleine vissen aanwezig die vaak sterk prederen op zoöplankton

Exoten

  • Klimaatverandering is vaak niet de belangrijkste factor bij de immigratie van nieuwe soorten. Wel kan het de abundantie van exoten sterk beïnvloeden, waarbij zachtere winters tot hogere abundanties leiden