Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Adaptatie van het ruimtegebruik

Maatregelen voor vermindering van de veenoxidatie, voor waterberging, waterconservering en waterkwaliteitsverbetering vragen om aanpassingen van het huidig ruimtegebruik. Klimaatadaptatie van het ruimtegebruik kan plaatsvinden door een andere inrichting van de ruimte, maar ook door aanpassingen in de bedrijfsvoering.

In veenweidegebieden is de melkveehouderij dominant. De Land- en Tuinbouworganisatie LTO Nederland heeft het initiatief genomen om, met het oog op klimaatverandering, het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) op te stellen (bekijk ook de brochure en quick scan). Een doelstelling van het DAW is een duurzame agrarische watervoorziening in 2012, door o.a. spaarzaam om te gaan met water op bedrijfsniveau en met waterconservering op gebiedsniveau. Ook voor waterkwaliteit kent het DAW ambitieuze doelen.

Het inrichtingsconcept 'Functie volgt peil' stelt een duurzaam water- en bodemsysteem centraal bij de ruimtelijke inrichting van een veenweidegebied (lees ook artikel). Dit concept gaat uit van herstel van de natuurlijke relatie tussen hoogteligging en vochtigheid in een polder: lagere delen zijn nat, hogere delen zijn droog. Hierdoor zal de maaivelddaling in een veenpolder verminderen.

De landbouw in veenweidegebieden zal zich naar verwachting via verschillende sporen ontwikkelen (publicatie en rapport). Enerzijds zal de landbouw zich verder op de productie voor de wereldmarkt gaan richten, met kenmerken van verdere schaalvergroting en afname van het aantal bedrijven. Anderzijds zullen meer bedrijven andere functies gaan combineren met agrarische productie (verbreding). Ook is het niet ondenkbaar dat bedrijven zullen omschakelen naar geheel andere producten dan melk en vlees. Transformatie naar een 'biobased economy' behoort tot de mogelijkheden. Daarbij gaat het ook om niet consumeerbare 'groene' producten, zoals eiwit en zetmeel uit algen en eendenkroos, of vezels voor bio-plastics en bio-energie uit riet en hennep. De  economische perspectieven voor transitie naar een biobased economy op natte gronden zijn nog onzeker en worden nog verkend.

Maatregelen
Hieronder treft u maatregelen aan om dit knelpunt te verminderen. Door een maatregel aan te klikken opent zich een nieuw venster met daarin een korte beschrijving en een grafische uitleg.

         

Wanneer een bedrijf bereid is om, naast agrarische productie, ook extra diensten te verlenen voor behoud van de veenbodem, waterconservering en waterberging of een betere waterkwaliteit, dan kan dit worden vastgelegd in een contract met de verantwoordelijke overheid. Dergelijke groen-blauwe diensten vergen extra inspanningen, meer dan wat een bedrijf regulier hoort te doen volgens de 'Goede Landbouwpraktijk'. Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer biedt hiervoor een nieuw kader, en via het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ontstaan hiervoor ook fondsen.

Meer variatie in drooglegging binnen een bedrijf (heterogene drooglegging) draagt bij aan een klimaatbestendiger water- en bodemsysteem. Omdat de variatie in waterbeschikbaarheid zal toenemen bij klimaatverandering is meer flexibiliteit nodig binnen de bedrijfsvoering om in te spelen op wisselende vochtcondities. In lagere delen kan in de winter en het vroege voorjaar het water langer vastgehouden worden, in hogere delen blijven de condities voor de landbouw op peil. Deze vorm van bedrijfsvoering vraagt geavanceerde technische ondersteuning om het vee op het juiste moment op de goede plaatsen te krijgen. Technieken zoals gebruik van melkrobots en GPS-gestuurde electric fencing stellen de boer in staat om op afstand te sturen op deze flexibele bedrijfssystemen. Ook kan de boer een rol vervullen bij actief waterbeheer, door met geavanceerde weersvoorspelling te anticiperen op weersveranderingen, en door gebruik te maken van sensoren om continu de bodemvochtigheid te volgen.

Nattere omstandigheden vragen om aangepaste landbouwgewassen en rassen. De perspectieven voor een bedrijfsvoering met dergelijke robuuste en bestendige rassen en gewassen in veenweidegebieden worden verkend. Daarbij wordt vaak teruggegrepen op rassen en gewassen die hier vanouds voorkwamen, zoals de Blaarkop. Op vochtiger bodems groeien andere grassoorten beter dan het meest voorkomende Engels raaigras. Daar ontstaan goede condities voor soortenrijke weilanden en bloemrijke hooilanden, die aantrekkelijk zijn voor weidevogels.


weidevogels

Omschakeling van de voor veenweidegebieden kenmerkende melkveehouderij naar de productie van groene hernieuwbare grondstoffen is een nog ingrijpender transitie in ruimtegebruik. Biobased economy is een economie waarin naast voedsel ook duurzame energie, chemicaliën, vezels en andere materialen, uit groene grondstoffen worden vervaardigd. Nederland heeft als doelstelling om in 2030 30% van de fossiele grondstoffen te hebben vervangen door biomassa. Deze doelstelling biedt zeker op termijn perspectief voor de boer als producent van biomassa voor allerlei toepassingen.

Voor klimaatadaptatie biedt vooral biomassaproductie op natte bodems en in water een interessant perspectief. Voor riet is er een zekere afzetmogelijkheid als dakriet. Rietteelt als grondstof voor energie is niet rendabel, maar riet kan ook een functie hebben bij waterzuivering, waterberging en tegengaan van maaivelddaling. Daarmee worden de maatschappelijke baten van riet groter dan de directe opbrengst als biomassa. Geschat wordt dat de maatschappelijke baten van rietteelt liggen tussen €1.500 en €2.500 per hectare.
Op natte veengronden en ondiep water bieden ook wilgen (griendteelt) mogelijkheden, zowel voor matten als voor brandstof.

Hennep (Cannabis sativa) is een gewas dat vooral in de zeventiende en achttiende eeuw geteeld werd op akkertjes in veenweidegebieden. Dit gewas groeide vooral in de Waarden, zoals de Krimpenerwaard. Hennep wordt 2 – 3 meter hoog, en vraagt een vochtige en voedselrijke bodem, bij voorkeur veen met een kleidek. Het product van dit vezelgewas was touw en zeildoek voor de scheepsbouw. Na de achttiende eeuw verdween hennep uit het veenweidegebied, maar in het huidige landschap zijn nog enkele hennepakkertjes herkenbaar aan de bolle vorm van het perceeltje en de drainerende middengreppel.
Op dit moment is hennep een veelbelovend gewas voor de biobased economy, waarin grondstoffen worden gewonnen uit gewassen. Hennep biedt, net als olifantsgras (Miscanthus) veel perspectief voor de productie van velels als grondstof voor bouwmaterialen, zoals constructieplaten, isolatiemateriaal en lichtgewichtbetonblokken.

Bij klimaatadaptatie kan ook biomassaproductie in bestaand of nieuw ondiep voedselrijk oppervlaktewater interessant zijn. Onderzoek vindt plaats naar de perspectieven van algen en eendenkroos als mogelijke bio-grondstoffen voor brandstof, eiwitten en zetmeel (vooral veevoer). De teelt van eendenkroos in open water is eenvoudiger dan algenteelt, mede omdat voor algenteelt een doorstroming van water nodig is en voor eendenkroos niet. Omdat eendenkroos, net als algen, veel voedingsstoffen opneemt, verlaagt deze teelt het nutriëntenprobleem in watersystemen van veengronden. De commerciële mogelijkheden voor grootschalige productie van eendenkroos en (micro)algen in open water worden nog onderzocht, maar er zijn hoge verwachtingen, zeker voor eendenkroos