Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Verminderen van de kwetsbaarheid voor droogte

Door klimaatverandering zal het weer een extremer karakter krijgen. Perioden van droogte zullen vaker voorkomen en langer duren, terwijl de verdamping zal toenemen als gevolg van hogere temperaturen en een langer groeiseizoen.

Dit zal leiden tot meer verdroging van natuurgebieden en watertekorten in de landbouw en andere gebruiksfuncties.

Om het grondwater in veengebieden op peil te houden wordt in de zomerperiode gebiedsvreemd water uit de rivieren en het IJsselmeer ingelaten. Door klimaatverandering neemt in droge tijden de beschikbare hoeveelheid rivierwater af, en wordt ook de waterkwaliteit slechter. De stijgende zeespiegel en de lagere rivierafvoeren door klimaatverandering zullen leiden tot meer verzilting van inlaatwater in de Westelijke veenweiden.

Om het grondwaterpeil te blijven handhaven en minder afhankelijk te worden van inlaatwater zijn maatregelen nodig om het gebiedseigen water langer vast te houden (waterconservering). Ook kunnen waterbesparende maatregelen getroffen worden in de bedrijfsvoering, met name in de landbouw.

Maatregelen
Hieronder treft u maatregelen aan om dit knelpunt te verminderen. Door een maatregel aan te klikken opent zich een nieuw venster met daarin een korte beschrijving en een grafische uitleg.

    

Met flexibel peilbeheer kan een watervoorraad in het watersysteem worden opgebouwd. In tijden van wateroverschot laat men dan het peil stijgen tot een vastgestelde bovengrens. In tijden van watertekort kan deze voorraad dan worden benut totdat het niveau van de vastgestelde ondergrens van het polderpeil is bereikt. Pas als daarna  nog meer water nodig is voor peilhandhaving zal er gebiedsvreemd water ingelaten moeten worden. Hoe groter het verschil is tussen de boven- en ondergrens van het slootpeil, des te meer wordt de polder onafhankelijk van inlaatwater. Hierdoor worden de landbouw en de natuur in de polder dus ook minder kwetsbaar voor watertekort en verdroging. Bovendien werkt flexibel peilbeheer positief voor de waterkwaliteit en de oevervegetatie (zie publicatie). Met dynamisch peilbeheer wordt geanticipeerd op weersveranderingen. Ook hiermee kan de waterbeheerder meer gebiedseigen water vast houden dan bij een vast polderpeil. Een nadeel van flexibel of dynamisch peilbeheer kan zijn dat dit doorwerkt in wisselende grondwaterstanden, waardoor schade optreedt aan funderingen. In de praktijk zal dit slechts optreden in de directe nabijheid van waterlopen, vanwege het beperkte doorlatend vermogen van de veenbodem. Dit nadeel kan eventueel worden genivelleerd door gebruik te maken van onderwaterdrains.

De afgelopen decennia zijn, vooral bij ruilverkavelingen en landinrichtingsprojecten, veel grote peilvakken gesplitst in een groot aantal kleine peilvakken met verschillend peil. Daarbinnen ontstonden bovendien nog veel particuliere onderbemalingen. Hierdoor is de ruimte voor het opvangen van extreem droge (en natte) perioden sterk afgenomen. Door peilgebieden weer te vergroten en onderbemalingen op te heffen, ontstaat meer ruimte voor waterconservering en waterberging. De laagste delen van de vergrote peilvakken, bijvoorbeeld de huidige percelen met eigen onderbemaling, kunnen dan worden ingericht en benut voor het tijdelijk vasthouden en bergen van regenwater.

Wanneer er sprake is van een gebied met grote verschillen in maaiveldhoogte kan een trapsgewijze serie peilvakken (lees artikel) (cascadering), een zinvolle maatregel zijn, waardoor de onderlinge beïnvloeding tussen hoger en lager gelegen gebieden via het grondwater vermindert. In veengebieden liggen natte natuurgebieden hoger in het landschap dan de omringende landbouwpolders, omdat deze door veenoxidatie sterk zijn gedaald. Door het inrichten van een hydrologische bufferzone, met een tussenpeil tussen het hoge natte deel en het lage droge deel, wordt het waterverlies uit moerassen en plassen naar de aangrenzende veenweidepolder verminderd.

Met de aanleg van natuurvriendelijke oevers en zuiveringsmoerassen verbetert niet alleen de waterkwaliteit door biologische reiniging, maar neemt ook de bergingscapaciteit toe. Hoe meer het waterpeil mag variëren, des temeer regenwater kan in het gebied vast gehouden worden.

Met de aanleg of vergroting van plassen en verbreding van watergangen neemt ook de capaciteit voor waterconservering toe, afhankelijk van de mate waarin het peil van deze oppervlaktewateren mag fluctueren.

Meer waterconservering zal leiden tot tijdelijk hogere grondwaterstanden. Dit kan ertoe leiden dat aanpassingen in de melkveehouderij nodig worden. Bij vergroting van peilvakken ontstaat een afwisseling van vochtiger en drogere plekken (heterogene drooglegging). Nattere percelen vragen om meer vochtbestendige grassoorten en runderrassen (b.v. Blaarkop), of om andere gewassen dan gras, zoals hennep, riet of wilgen. Deze gewassen kunnen grondstoffen leveren voor nieuwe biobased producten, zoals bioplastics, vezels en bio-energie. Als grotere gebieden een hoge grondwaterstand krijgen kan een dergelijke transitie een interessante optie zijn.

Conservering of berging van gebiedseigen water op landbouwpercelen zal leiden tot periodiek hoge grondwaterstanden, en dus tot lagere landbouwkundige opbrengsten. Daarmee levert de boer een maatschappelijke dienst die verder gaat dan wettelijk vereist wordt. Boeren kunnen hiervoor worden gecompenseerd via een vergoeding voor blauwe diensten. Verwacht wordt dat bij het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Europese subsidies kunnen worden ingezet.

Een specifieke situatie is de overgang van stedelijk naar landelijk gebied. In een dergelijk overgangsgebied kan een functionele stad-land waterrelatie worden ontwikkeld. Om het waterpeil in het stedelijk watersysteem te kunnen handhaven kan in de stadsrandzone regenwater uit de stad worden gebufferd. Hier liggen goede mogelijkheden voor een multifunctionele inrichting waarmee naast wateropgaven ook andere stedelijke opgaven kunnen worden ondergebracht.