Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Verminderen van de kwetsbaarheid voor wateroverlast

Door klimaatverandering zal het weer een extremer karakter krijgen. Hoosbuien zullen heviger worden en ook vaker voorkomen. Omdat veenbodems slecht waterdoorlatend zijn leidt hevige regenval al snel tot plasvorming.

Door klimaatverandering zal de gebiedsafvoer bij extreme neerslag toenemen met 10 tot 50% waardoor het bestaande watersysteem vaker en meer belast gaat worden. Zonder maatregelen zal dit regelmatig tot wateroverlast leiden. Onderzoek wijst uit dat de lokale overlast (in m3) bij toenemende extreme neerslagperioden in de veenweideprovincies Friesland, Zuid-Holland en Noord-Holland zal toenemen met 350 – 450 % in 2050 bij klimaatscenario W.

Voor het opvangen van neerslagpieken kunnen maatregelen getroffen worden om tijdelijk water op te slaan op het land of in watersystemen (waterberging).

Maatregelen
Hieronder treft u maatregelen aan om dit knelpunt te verminderen. Door een maatregel aan te klikken opent zich een nieuw venster met daarin een korte beschrijving en een grafische uitleg.

    

Met dynamisch peilbeheer anticipeert de waterbeheerder op weersveranderingen. Door het polderpeil tijdelijk te verlagen creëert hij extra berging voor een voorspelde natte periode. Een nadeel van dynamisch peilbeheer is dat dit leidt tot meer fluctuatie in grondwaterstanden, waardoor schade kan optreden aan funderingen. In de praktijk blijft dit effect echter beperkt tot de directe nabijheid van waterlopen, vanwege het beperkte doorlatend vermogen van de veenbodem. Dit nadeel kan eventueel worden verminderd door gebruik te maken van onderwaterdrains.

De afgelopen decennia zijn, vooral bij ruilverkavelingen en landinrichtingsprojecten, veel grote peilvakken gesplitst in een groot aantal kleine peilvakken met verschillend peil (lees publicatie). Daarnaast  ontstonden vele particuliere onderbemalingen binnen de verkleinde peilvakken. Hierdoor is de ruimte voor het opvangen van extreem natte perioden binnen een peilgebied sterk afgenomen. Met het vergroten van peilvakken, inclusief het opheffen van onderbemalingen, ontstaat meer ruimte voor waterberging in de laagst gelegen delen.

Met de aanleg van natuurvriendelijke oevers en zuiveringsmoerassen verbetert niet alleen de waterkwaliteit door biologische reiniging, maar neemt ook de bergingscapaciteit in en langs het oppervlaktewatersysteem toe.

De aanleg en vergroting van plassen en verbreding van watergangen kan benut worden voor waterberging, afhankelijk van de mate waarin het peil van deze oppervlaktewateren mag fluctueren.

Het gebruik van lager gelegen gebieden voor waterberging zal leiden tot tijdelijk hogere grondwaterstanden (lees publicatie) (heterogene drooglegging). Dit kan ertoe leiden dat aanpassingen in de melkveehouderij nodig worden. Dit kan b.v. leiden tot de keuze voor meer vochtbestendige grassoorten en runderrassen (b.v. Blaarkop). Het kan bij sterke vernatting gaan om omschakeling naar andere gewassen dan gras, zoals hennep, riet en rietgras of wilgen. Deze gewassen kunnen grondstoffen leveren voor niet-consumeerbare biobased producten, zoals bioplastics, vezels en bio-energie. Zeker wanneer grotere gebieden een waterbergingsfunctie krijgen, kan een dergelijke transitie een economisch interessante optie zijn.

Ruimte bieden op landbouwpercelen aan tijdelijke berging van neerslagpieken zal leiden tot  verlaging van landbouwkundige opbrengsten. Daarmee levert de boer een maatschappelijke dienst die verder gaat dan wettelijk vereist wordt. Boeren kunnen hiervoor worden gecompenseerd via een vergoeding voor blauwe diensten. Naar verwachting kan hiervoor bij het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Europese subsidie worden ingezet.

Een specifieke situatie is de overgang van stedelijk naar landelijk gebied. In een dergelijk overgangsgebied kan een functionele stad-land waterrelatie worden ontwikkeld. Om wateroverlast in stedelijk gebied te voorkomen kan in de aangrenzende randzone ruimte worden gecreëerd voor berging van regenwater uit de stad. Hiermee ontstaat ook een watervoorraad om het stedelijk water in droge tijden op peil te houden. Hier liggen goede mogelijkheden voor een multifunctionele inrichting waarmee zowel wateropgaven als andere ruimtelijke opgaven vanuit de stad kunnen worden ondergebracht in de randzone.