Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Verminderen van maaivelddaling en van CO2-emissie

Hierdoor zakt de grondwaterspiegel tot onder het slootpeil, zodat zuurstof diep de veenbodem kan indringen, waardoor de veenbovengrond verteert (oxideert). Dit kan geremd of zelfs gestopt worden door de grondwaterspiegel in het groeiseizoen te verhogen. Door verhoging van de zomerpeilen wordt de ontwatering van de percelen beperkt, en daarmee neemt ook het uitzakken van de grondwaterspiegel af.

Omdat veenbodems het water uit de sloot slecht kunnen doorlaten, blijft de invloed van een tijdelijke verhoging van het slootpeil echter beperkt tot enkele meters vanaf de slootkant. De reductie van emissie van CO2 door veenoxidatie loopt gelijk op met de reductie van de maaivelddaling.

Maatregelen
Hieronder treft u maatregelen aan om dit knelpunt te verminderen. Door een maatregel aan te klikken opent zich een nieuw venster met daarin een korte beschrijving en een grafische uitleg.


Met onderwaterdrains kan het slootwater wel de grondwaterstand in het hele perceel beïnvloeden. Onderwaterdrains zijn drainagebuizen die permanent onder slootpeil liggen en op een korte afstand (ca. 6 m) van elkaar zijn aangelegd. Onderwaterdrains infiltreren slootwater naar het grondwater in droge tijden, waardoor de bovengrond dan vochtiger blijft en het veen minder snel verteert. In natte tijden voeren de onderwaterdrains het grondwater af naar de sloot. In combinatie met een hoger slootpeil, eventueel in combinatie met dynamisch peilbeheer, kunnen onderwaterdrains de maaivelddaling tot 50% reduceren. Bij veenbodems met een kleidek kunnen onderwaterdrains, die net onder het kleidek zijn aangelegd, zelfs de maaivelddaling geheel doen stoppen. Meer literatuur vindt u onder downloads.

Indien de polder een andere bestemming krijgt, zoals natuur, recreatie of energieteelt, kan volstaan worden met een permanente verhoging van het slootpeil tot dicht onder of op maaiveld. Bij dergelijke bestemmingen is peilverhoging in combinatie met flexibel peilbeheer (gericht op een meer natuurlijk peil: ’s winters hoog en ‘s zomers wat lager) een goede combinatie, omdat dit de inlaatbehoefte van gebiedsvreemd water vermindert.

Het is nog onbekend of het in de praktijk mogelijk is om in nieuwe natuurgebieden op voormalige landbouwpercelen nieuw veen te laten groeien. Thans vindt onderzoek plaats naar de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een nieuw veen-ecosysteem in een 8 ha grote voormalige onderbemaling in het Ilperveld (Noord-Holland).

In veenweidepolders komen vaak veel verschillende peilgebieden voor met verschillende grondwaterpeilen. Hoe dieper de ontwatering, hoe sneller verlopen de maaivelddaling en de CO2-emissie. Deze negatieve effecten nemen af door peilvakken weer samen te voegen en in een samengevoegd peilvak een gemiddeld hoger peil in te stellen dan in het laagste peilgebied (meer literatuur zie downloads). Een andere optie is om de boer in te schakelen bij actief peilbeheer dat gericht is op zo min mogelijk veenoxidatie. Dat kan door b.v. gebruik te maken van weersvoorspelling en van sensoren, die het bodemvocht meten.

Een veel voorkomend verschijnsel in het veenweidegebied zijn de dieper gelegen percelen die extra worden bemalen (particuliere onderbemalingen). Hier verloopt de maaivelddaling sneller dan in de omgeving. De soms grote aantallen onderbemalingen binnen een polder leiden tot een sterke versnippering van het waterpeilbeheer, en daarmee tot hogere waterbeheerskosten. Dit speelt met name een rol in de nabijheid van kaden en dijken, omdat deze door sterkere maaivelddaling instabieler worden. Het opheffen van onderbemalingen leidt tot sterke vermindering van de maaivelddaling. De onderbemalingen zijn, door hun lage ligging in het landschap, ook logische plekken voor waterberging en waterconservering, waardoor een robuuster watersysteem ontstaat. Tegelijk leidt dit wel tot beperking van de landbouwkundige mogelijkheden in deze percelen. In het Ilperveld gaat Landschap Noord-Holland onderzoeken of op een perceel met een voormalige onderbemaling weer veengroei mogelijk is.

Een andere mogelijke maatregel is het opbrengen van organisch materiaal (zoals slootbagger, stalmest met riet), een zogenaamd toemaakdek. Hiermee kan de maaivelddaling als gevolg van landbouwkundige drooglegging geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd. Nadeel van deze maatregel is dat door het gewicht van het toemaakdek de onderliggende veenbodem zal inklinken.