Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

ORAS 1: Adaptatiestrategie bij 'Landbouw zonder neveninkomsten'

Voor deze ORAS zijn 3 varianten (1A, 1B en 1C) onderscheiden, die bepaald worden door kenmerken van de veenbodem. Veenbodems zonder afdekkende kleilaag zijn kwetsbaarder voor veenoxidatie dan klei-op-veen bodems. En de beleidsurgentie voor behoud van dunne veenbodems is lager dan voor dikke veenbodems.

Toelichting:

  • De grens tussen een dikke en dunne veenbodem is arbitrair. Vaak wordt deze grens gelegd op een veendikte van 1,0 – 1,5 m.
  • Een kleidek mag maximaal 40 cm bedragen, anders is er geen sprake van een veenbodem
  • Groen: kwetsbaar voor maaivelddaling
  • Rood: minder kwetsbaar voor maaivelddaling

       

ORAS 1A: Strategie bij 'Landbouw zonder neveninkomsten' en dikke kwetsbare veenbodems
De reguliere melkveehouderij vraagt voldoende drooglegging voor een goede berijdbaarheid en grasgroei. Bij veenbodems zonder kleidek treedt hierdoor zoveel veenoxidatie op, dat daardoor het maaiveld bij klimaatverandering met 1 – 2 meter per eeuw zal dalen. Adaptatiemaatregelen zijn van groot belang om het versnellend effect van klimaatverandering op de veenoxidatie te remmen. De maaivelddaling neemt af naarmate het slootpeil verhoogd wordt. Voorwaarde bij deze ORAS is echter dat de maatregelen wel inpasbaar zijn in de landbouwbedrijfsvoering.

Het gebruik van onderwaterdrains in combinatie met zomerpeilverhoging zal de maaivelddaling sterk reduceren zonder nadelige effecten voor de landbouw. Onderwaterdrains kunnen het beste worden toegepast bij een slootpeil tussen 30 en 60 cm.

Een verbod op bodembewerking voor maisteelt of akkerbouw voorkomt extra veenoxidatie en dus maaivelddaling en CO2-emissie.

Door te anticiperen op weersveranderingen (dynamisch peilbeheer) kan in natte perioden een watervoorraad worden opgebouwd die in droge tijden benut kan worden. Peilvariatie kan negatieve gevolgen hebben, b.v. voor funderingen, maar deze blijven beperkt als de peilvariatie beperkt blijft tot 10 – 15 cm. Met dynamisch peilbeheer vermindert de behoefte aan inlaat van boezem- en rivierwater.

Met het verwijderen van bagger vermindert de fosfaatconcentratie in sloten. Als de slootbagger verspreid wordt over het perceel (i.p.v. langs de kant) spoelen de stoffen niet terug, maar zullen door het gras worden opgenomen. Bovendien betekent de opgebrachte laag een zekere compensatie voor de maaivelddaling door veenoxidatie.

Maatregelpakket klimaatadaptatie ORAS 1A:

  • Toepassing onderwaterdrains i.c.m. verhoging zomerpeil
  • Dynamisch peilbeheer met beperkte peilvariatie
  • Geen bodembewerking (voor b.v. maisteelt)
  • Verspreiden van slootbagger over de percelen

       

ORAS 1B: Strategie bij 'Landbouw zonder neveninkomsten' en dunne kwetsbare veenbodems
Net als bij ORAS 1 is deze strategie gericht op voldoende landbouwkundige drooglegging, terwijl de veenbodem kwetsbaar is voor oxidatie. Bij dunne veenbodems zal het veen vaak deze eeuw al verdwenen zijn door oxidatie. De beleidsurgentie voor adaptatiemaatregelen in veenweiden met een dun veenpakket is laag vergeleken bij dikke veenbodems (ORAS 1A).

Investeringen in onderwaterdrains om de maaivelddaling te remmen zijn in ORAS 1B minder rendabel en passen daarom niet bij deze ORAS. Een verbod op bodembewerking voor mais of akkerbouw voorkomt onnodige versnelling van veenoxidatie.

Door slootbagger over het land te verspreiden wordt maaivelddaling verminderd. Deze maatregel is ook goed voor de waterkwaliteit.

Dynamisch peilbeheer met een beperkte peilvariatie verlaagt de inlaatbehoefte zonder dat nadelige effecten van peilschommelingen optreden.

Maatregelpakket klimaatadaptatie ORAS 1B:

  • Dynamisch peilbeheer met beperkte peilvariatie
  • Geen bodembewerking (voor b.v. maisteelt)
  • Verspreiden van slootbagger over de percelen

       

ORAS 1C: Strategie bij 'Landbouw zonder neveninkomsten' en minder kwetsbare veenbodems
Veenbodems met een afdekkende kleilaag (< 40 cm) zijn minder gevoelig voor maaivelddaling dan veenbodems zonder kleidek. Reductie van maaivelddaling in klei-op-veen bodems is daarom minder urgent dan bij de hierboven besproken ORAS-varianten 1A en 1B. Toch is toepassing van onderwaterdrains in combinatie met verhoging van het slootpeil hier zinvol, omdat daarmee de veenbodem onder het kleidek permanent vochtig zal blijven. Hierdoor kan de maaivelddaling in prinicipe tot 0 teruggebracht worden.


Sloot in veengebied

Dynamisch peilbeheer kan ook bij deze ORAS goed toegepast worden. Bij aanwezigheid van onderwaterdrains kan een grotere peilvariatie worden aangehouden zonder dat dit leidt tot schade door schommelingen in de grondwaterspiegel.

Het periodiek uitbaggeren van sloten verbetert de waterkwaliteit, en wanneer de slootbagger verspreid wordt over het perceel zullen meststoffen uit de bagger grotendeels door het gras worden opgenomen, en blijft de terugstroom van meststoffen naar de sloot beperkt.

Maatregelpakket klimaatadaptatie ORAS 1C:

  • Toepassing onderwaterdrains onder het kleidek in combinatie met slootpeilverhoging
  • Dynamisch peilbeheer
  • Verspreiden van slootbagger over de percelen.