Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Stap 4: Keuze van adaptatiestrategieën

Een succesvolle aanpak van klimaateffecten in een veenweidegebied vraagt om een integrale benadering. Draagvlak voor adaptatiemaatregelen ontstaat vooral als ook economische en ecologische belangen worden gediend.

Inleiding
In 2007 verscheen de Nationale Adaptatiestrategie, waarin het Rijk beleid uitzet om Nederland klimaatbestendig in te richten. Daarin staat dat klimaatadaptatie bij voorkeur op regionale schaal en in gebiedsprocessen uitgewerkt wordt. Uitgangspunt is dat maatregelen om effecten van klimaatverandering te verminderen in de praktijk nooit los gezien kunnen worden van andere opgaven en ontwikkelingen in de regio.

Per (veenweide)gebied zal dus een eigen regionale adaptatiestrategie nodig zijn, die inspeelt op fysieke en sociaal-economische eigenschappen van het gebied, maar ook op ontwikkelingen in het ruimtegebruik die voor het betreffende veenweidegebied worden voorzien (de ontwikkelingsperspectieven. Vervolgens worden de voor veenweidegebieden belangrijkste opties voor regionale adaptatiestrategieën, afgekort ORAS, beschreven.

Ontwikkelingsperspectieven
Welke ruimte er in een gebied is voor klimaatadaptatiemaatregelen hangt sterk af van het toekomstperspectief voor de regio. Blijven bestaande functies en waarden ook op termijn en in de huidige vorm bestaan? Of zijn er ontwikkelingen op komst, zoals uitbreiding van natuur of stedelijk gebied? Dit is van belang voor de keuze van een passende klimaatadaptatiestrategie.

Om de juiste beleidskeuzes te kunnen maken is een breed gedragen toekomstvisie nodig. Daarin wordt beschreven hoe bedreigingen, zoals versnelde maaivelddaling door klimaatverandering, zoveel mogelijk kunnen worden geneutraliseerd, en tegelijk hoe kansen benut kunnen worden. Samen met belanghebbenden worden verschillende alternatieve toekomstperspectieven uitgewerkt en gewaardeerd.

Bij de opstelling van een Veenweidevisie voor Friesland gaat men uit van twee factoren die van doorslaggevend belang zijn voor de mogelijke toekomst van de veen(weide)gebieden met een primaire agrarische productiefunctie:

  • De landbouwkundige ontwikkeling, met daarmee samenhangend een benodigde peilverlaging
  • Behoud en versterking van de kwaliteit van het gebied, als drager van de regionale economie, wonen en infrastructuur, milieu- en natuurkwaliteit

Op basis daarvan onderscheiden we de volgende mogelijke ontwikkelingsperspectieven voor het veenweidegebied, met water als sturende factor:

  1. Optimale landbouwproductie in de regio blijft centraal staan (scenario Recht zo die gaat)    De huidige landbouw (melkveehouderij) is en blijft gericht op productie voor de wereldmarkt. Deze landbouw blijft ook op termijn richtinggevend voor de regionale economie en op het huidig of hoger productieniveau. Klimaatadaptatiemaatregelen zijn mogelijk, mits deze geen beperkingen opleveren voor de productiegerichte landbouw. Opties voor regionale adaptatiestrategieën hangen af van eigenschappen van de veenbodem, die de urgentie voor het treffen van klimaatadaptatiemaatregelen bepalen.
  2. Naast optimale landbouwproductie kunnen andere functies (m.n. natte natuur) zich duurzaam ontwikkelen (scenario Parallelle sporen)    Belangrijke natte natuurgebieden kunnen zich onafhankelijk van aangrenzende landbouwproductiepolders duurzaam ontwikkelen. Behoud en waar nodig verbetering van de (water)condities (peil, kwaliteit) voor bestaande en nieuwe natuur (moerassen, plassen) staan centraal. Klimaatadaptatiemaatregelen in en rond de natuurgebieden dragen bij aan vermindering van het waterverlies en een betere waterkwaliteit in de wetlands. De natte natuurgebieden worden hydrologisch zo goed mogelijk gescheiden van de nabijgelegen lager gelegen veenweidepolders.
  3. De landbouw benut kansen voor nieuwe producten en diensten (scenario Nieuwe wegen).   
    Hierin onderscheiden we kansen voor multifunctionele aanpassing van de huidige landbouw (verbreding) en kansen voor vernieuwing (transitie).     

    Verbreding
    Bij verbrede landbouw ontvangt de ondernemer inkomsten uit diensten buiten de landbouw, aanvullend op het inkomen uit agrarische productie. Het gaat b.v. om inkomsten uit zorgverlening, recreatie, natuur- en landschapsbeheer, educatie en toerisme. Bij verbrede landbouw is de agrarische productie minder intensief, waardoor er meer speelruimte is voor adaptatiemaatregelen

    Transitie van droog naar nat   
    Om verschillende redenen kan het wenselijk zijn om bestaande landbouwgrond om te zetten in permanent of tijdelijk water. Het kan b.v. gaan om de omschakeling naar nieuwe producten, zoals riet, of om uitbreiding van recreatiewater of om de inrichting van een gebied voor waterberging en/of waterconservering. Bij transitie van land naar moeras of water ontstaan nieuwe mogelijkheden voor klimaatadaptiemaatregelen. In zijn meest extreme vorm zouden veenvormende ecosystemen kunnen worden hersteld die op de lange termijn verlanding en ophoging van de bodem kunnen bewerkstelligen.  



Verlanding

Afweging van kosten en baten
Afhankelijk van het ontwikkelingsperspectief in een veen(weide)gebied kan vervolgens een strategie worden bepaald voor klimaatadaptatie. Vaak wordt zo’n keuze gebaseerd op een vergelijking van maatschappelijke kosten en baten (MKBA) van klimaatadaptatiemaatregelen. Met MKBA’s (zie downloads) is voor veenweidegebieden al enige ervaring opgedaan. De uitkomsten van een MKBA kunnen partijen in een gebiedsproces helpen om tot keuzen te komen over de aard en omvang van de klimaatadaptatiemaatregelen en over de inschatting en verrekening van kosten.
Hoe lange termijn beleidskeuzen rond peilbeheer en maaivelddaling in een veenweidegebied kunnen worden gebaseerd op kennis over maatschappelijke kosten en baten, is op systematische wijze beschreven voor het beheersgebied van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Daarbij is uitgegaan van een drietal ontwikkelingsscenario’s bij het W+ scenario tot 2100.

Regionale adaptatiestrategieën (ORAS) in veenweidegebieden
De bovengenoemde mogelijke ontwikkelingsperspectieven voor veenweidegebieden staan aan de basis voor het onderscheid in een viertal opties voor regionale adaptatiestrategieën (ORAS):