Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Introductie Veenweiden

De Nederlandse veenweidegebieden vormen het meest karakteristieke cultuurlandschap van West- en Noord-Nederland. De uitgestrekte polders met gras en dichte netwerken van parallelle sloten geven een verrassend open karakter aan een van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld.

De melkveehouderij is sinds jaar en dag een dominante economische factor, maar er is ook veel ruimte voor waterrecreatie en natuur.
 

De veenweiden strekken zich uit van Delfland in Zuid-Holland tot de Utrechtse Vechtstreek en de laaggelegen delen van Noord-Holland; dit grote gebied duiden we aan als de 'westelijke veenweiden'. Een tweede gebied omvat Noord-West Overijssel tot de zuidelijke helft van Friesland en noemen we de 'noordelijke veenweiden' (zie kaart met huidige veenbodems).

Deze gebieden liggen alle onder zeeniveau. Dat komt doordat de bodem sinds de eerste ontginningen met drainagesloten, beginnend in de 11e eeuw, steeds verder is gaan inklinken. De ontwatering van het veen leidt tot krimp, terwijl het veen bovendien onder invloed van toegetreden zuurstof wordt geoxideerd tot CO2 en H2O.

Deze maaivelddaling is al eeuwenlang aan de gang, maar is sinds de jaren 60/70 aanzienlijk toegenomen door een diepere drooglegging bij landinrichtingsprojecten. Omdat door maaivelddaling de drooglegging, bij gelijk blijvend slootpeil, geleidelijk weer afneemt, wordt periodiek (meestal na 10-15 jaar) het slootpeil verlaagd, waardoor het peil de maaivelddaling blijft volgen. Tegelijkertijd is ook het zeeniveau gestegen, zodat veel veenweidegebieden momenteel tussen 2 en 4 m beneden zeeniveau liggen (zie afbeelding). De toekomstverwachting is dat door klimaatverandering zowel de zeespiegelstijging als de maaivelddaling sneller zullen gaan. Hierdoor zullen de kosten voor het waterbeheer en het onderhoud van dijken en kaden steeds verder stijgen, evenals de kosten door schade aan funderingen, riolering en wegen.

Het West- en Noord-Nederlandse landschap is een mozaïek van gedraineerde veenpolders, droogmakerijen en plassen.

De droogmakerijen, waarvan de Beemster in Noord-Holland als eerste werd drooggelegd in 1612, waren vroeger zoet- of brakwatermeren. Ze liggen dieper en hebben meestal een kleibodem. Ook in veenpolders wisselen veenlagen en kleilagen van verschillende diktes elkaar af. Hoe meer klei er in de bovenste meter van de bodem aanwezig is, hoe langzamer de bodem daalt. Dit heeft ertoe geleid dat zowel de hoogtekaart als de veendiktekaart een fijnmazige mozaïekstructuur laten zien (zie kaart). Het waterbeheer van deze lage delen van Nederland is bijzonder complex. Per polder wordt het waterpeil strak gereguleerd. Vaak zijn er meerdere peilvakken in een polder en boeren passen soms onderbemalingen toe per perceel. Dit heeft de kleinschalige verschillen in zakkingssnelheid nog verder versterkt.

Het landgebruik in de veenweiden is grotendeels melkveehouderij. De melk wordt deels verwerkt tot boter en kaas, onder andere wereldberoemde kaassoorten als Goudse en Edammer. De melkveebedrijven verbouwen zelf een groot deel van het veevoer als gras (ruwvoer) en ook een deel van het krachtvoer in de vorm van mais. Door een combinatie van oxidatie, klink en krimp is een daling van het maaiveld ontstaan waardoor de polders steeds dieper komen te liggen. Om de gronden desondanks geschikt voor de landbouw te houden is een cyclus ontstaan van waterstandverlaging en maaivelddaling.

De landbouw in de Westelijke veenweiden lijkt zich in drie richtingen te ontwikkelen (LTO, 2010: Quick scan Deltaplan Agrarisch Waterbeheer):

  • Grootschalige landbouw waarbij de productie op de wereldmarkt wordt afgezet. Schaalvergroting en structuurverbetering zijn sleutelwoorden
  • Stadslandbouw waarbij de agrariër zijn producten en diensten richt op de burger en hij zorgtaken verricht t.b.v. het landschap. Kernwoorden zijn verbreding en groen- blauwe diensten
  • Natuurlandbouw waarbij de bedrijven een deel van het inkomen verdienen met het beheer van natuurgebieden. Extensivering is het sleutelwoord.

De melkveehouderij vindt in het Noordelijk weidegebied plaats op relatief grote, gespecialiseerde bedrijven. De melkveehouderij zal belangrijk blijven, ook als het GLB wijzigt en het klimaat verandert. Het grondgebruik binnen de veehouderijsectoren zal de komende jaren naar verwachting weinig veranderingen laten zien.

Knelpunten die samenhangen met maaivelddaling en verslechtering van de kwaliteit van water en landschap zijn te verwachten als gevolg van voortgezet landgebruik en waterbeheer, nog versterkt door klimaatverandering. Het is een uitdaging voor het regionale bestuur en de gebruikers van het landschap om deze problemen te onderkennen en indien nodig adaptatiemaatregelen te nemen.

Het boek over de resultaten van het project 'Waarheen met het Veen?' geeft een mooi overzicht van het unieke karakter, de knelpunten en uitdagingen in de Westelijke veenweidegebieden.

Veenkaart Nederland