Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Moerasnatuur


Moerasnatuur omvat een combinatie van vegetatietypen die voorkomen in de verschillende fasen van de verlandingsreeks. Naast open water met ondergedoken of drijvende vegetatie, zijn vooral Rietlanden en Grote zeggenmoerassen dominant aanwezig. Ook Wilgenstruwelen en broekbossen met Els of Berk zijn algemeen (zie tabel).


Trilveen bij Tienhoven

Sommige typen, zoals trilvenen, veenmosrietlanden, moerasheide en bloemrijke rietlanden, herbergen relatief veel zeldzame plantensoorten. Deze vegetatietypen ontwikkelen zich meestal op kraggebodems (drijvende vegetatie- of wortelmatten) en vereisen jaarlijks maaibeheer. Ook Wilgen- en Gagelstruwelen vereisen beheer, omdat deze door verdergaande successie zullen veranderen in broekbossen. Door gerichte periodieke kap van bomen kan het struweelstadium in stand gehouden worden. Overige typen moerasnatuur hebben slechts extern beheer nodig: handhaven van het juiste peilbeheer en waarborgen van goede waterkwaliteit (Jansen et al. 2008). Echter, voor het behoud van de gehele verlandingsreeks is incidenteel ingrijpend beheer noodzakelijk, zoals het graven van nieuwe petgaten.

Het verlandingsschema (Figuur, Verhoeven & Bobbink (2001), Lamers et al. (2006)) toont de grote rijkdom aan plantengemeenschappen die gevonden kan worden in verlandende laagveenplassen. Naast elkaar zien we vier successiereeksen die optreden bij verschillende waterkwaliteit, van oligotroof tot eutroof zoet water en brak water. Van onder naar boven ontwikkelen de vegetaties zich van waterplanten via drijvende kraggen naar trilveen en voedselarme hoogveenachtige systemen.

Moerasnatuur is tevens van groot belang voor de overleving van moerasvogels, waaronder Roerdomp en Purperreiger. In het Beschermingsplan Moerasvogels 2000-2004 is een plan opgesteld om de sterke achteruitgang van de moerasvogels te stoppen. De kwaliteit van moerasvegetaties bepaalt in hoge mate de overleving van moerasvogelpopulaties. Een natuurlijk waterpeilbeheer en mozaïekbeheer van (riet)vegetaties zouden adequate maatregelen zijn om moerasgebieden en moerasvogels te beheren. Een andere belangrijke maatregel bij natuurbeheer is het opnieuw graven van petgaten. Petgaten werden na de 19e eeuw nauwelijks meer gegraven, waardoor tegenwoordig de vegetatietypen uit late successiefasen domineren. In het laagveengebied bij bijvoorbeeld Westbroek zijn de afgelopen 50 jaar broekbossen en Wilgenstruwelen sterk in oppervlakte toegenomen ten koste van het oppervlak open water en semi-aquatische successiestadia zoals trilvenen. Overal in de Vechtstreek is het areaal Elzenbroekbos de laatste decennia sterk toegenomen. Sinds 1995 zijn in een aantal petgaten de bossen gekapt en door omvorming naar open water kansen voor jonge verlandingsstadia gecreëerd. Hierdoor neemt ook de beschikbaarheid van broedplaatsen toe. Door jonge verlandingsstadia te ontwikkelen neemt de beschikbaarheid van broedplaatsen toe voor bijvoorbeeld de Zwarte stern, welke nestelt op drijftillen en drijvende rozetten van Krabbescheer.